Baobabs in Madagaskar.
Wist je dat er wereldwijd 8 soorten baobabs zijn er dan er 6 stuks endemisch zijn voor Madagaskar. Een andere soort baobap is geïmporteerd, dus er komen hier 7 soorten voor.
Na ons ontbijt rijden we vanaf Bekopaka weer terug richting Morondava over de dirtroad. De 1e ferry is een korte tocht. Daarna gaan we de ferry weer op die 40 minuten duurt. Het blijft toch een spektakel om mee te maken. Het is weer bloedheet en de 4 terreinwagens staan dicht naast elkaar. Het is dan ook echt strak parkeerwerk om op de ferry te komen, maar ook eraf is een uitdaging. Met veel hulp en aanwijzingen van het personeel gaat het allemaal weer vlekkeloos.

Het eerste stuk van de rit kom je amper dorpjes tegen. De hutjes die je ziet zijn gemaakt van houten stokken en klei. De daken van palmblad of stengels van de rijstplanten. Niets van de rijst wordt hier verspilt. Het kaf wordt gebruikt om bakstenen de bakken, de halmen worden gebruikt voor bezems, daken en veer voer.
Baobabs in love.
Later in de middag (het is weer een flinke rit van 8 uur) rijden we eerst naar de verliefde baobabs. Dit zijn 2 bomen die kronkelt naast elkaar groeien.

Daar staan ook kraampjes die kleine houten beeldjes verkopen van de bomen, een leuk souvenir. Ik vraag naar de prijs, ze zegt 30.000, ik vind dat best goedkoop dus ik sta na te denken, 6 euro voor een houten beeldje. Dan zegt ze: oké 25….. hmmm dan kan ik hem dus ook voor 20 kopen dacht ik? En ja hoor daar gaat ze ook gretig mee akkoord. Dus we kiezen een mooie houten boompje uit voor 4 euro.
Baobab Avenue.
Dan rijden we naar baobab avenue. Hier staan een paar grote jongens bij elkaar en het is een drukke toeristische attractie.

We wandelen langs de reuzen en zien iemand foto’s maken van een tak. We kijken ernaar en zien een grote hagedis. Iets dichterbij kom ik tot de conclusie dat het een potverdikke een heuse kameleon is, hoe gaaf is dat??? Onze eerste wilde kameleon gespot, he-le-maal te gek. Het dier wordt uiteraard op alle manieren gefotografeerd.


Als we een plek zoeken om de zonsondergang met de baobabs te fotograferen, stap ik bijna op een slang. Oef snel de macro erop zodat we die ook op de foto kunnen zetten.

De lucht veranderd van kleur en we kiezen diverse hoeken en standpunten uit.
Dan is het even wachten tot de eerste sterren en later de Melkweg zichtbaar wordt. De melkweg is nog hoog in de lucht. Gooijert gaat even naar de chauffeur om te zeggen dan we nog even bezig zijn.
Baobabs en de Melkweg.
De baobabs worden uitgelicht door grote felle lampen en ook de horeca gelegenheid geeft veel licht af, dus het is een beetje uitvogelen om baobabs met de melkweg er goed op te krijgen.


Rond 20 uur houden we het voor gezien dan is het nog 45 minuten rijden naar Chez Maggie, ons verblijf voor de komende 2 nachten.
Na een goede schrobbeurt onder de douche drinken we een biertje en nemen er een pindaatje bij.
Vanavond hadden we terug gewild naar Baobab avenue om de Melkweg te fotograferen. Volgens onze driver is het niet veilig om daar na 20 uur heen te gaan. We zitten immers wel in donker Afrika en Madagaskar is een heel arm land, we nemen dus geen risico. Dus vandaag staat er niets op het programma. Deze dag starten we met met scheren, epileren, vijlen en knippen. Na het ontbijt kopen we eerst wat cola en water en dan strijken we neer bij het zwembad. De middag wisselen we af met zwemmen, lezen en hangen, heeeeeeeerlijk. Ons verblijf zit aan het strand en nemen daar even een kijkje, een compleet verlaten strand zien we. Chez Maggie is een erg leuk complex met verschillende hutjes en een aangelegde tuin met diverse zitjes en terassen. Onze kamer is heel groot met 2 bedden en een grote badkamer. Er staan in de tuin jonge baobabs. In de struiken zien we de dikstaart daggekko’s en als we een biertje drinken op een ander terras zien we een gekleurde gekko, die veel lijkt op de ornate day gecko die we in Mauritius hebben gezien. Dit blijkt een goudstof daggekko te zijn.




Salama.
Dat roepen we hier de hele dag, want salama betekend goedendag of gewoon hallo. Je mag salamo, salama of salaam zeggen, maar geen salami, haha.
Het centrum is enorm druk, riksja’s en tuktuks sjezen langs elkaar heen en een varken meenemen op de riksja? Dat kan gewoon.
Eerst moet er getankt worden, bij het 1e station is de diesel op, dat schijnt vaker voor te komen, bij het 2e tankstation hebben we meer geluk. De benzine kost hier 1,06 en de diesel 0,89 euro.
Net na het centrum gaan we de dirtroad op, deze weg naar Manja is een heel avontuur op zich. We passeren zandvlaktes, gaan door rivierbeddingen en modderpoelen heen.

Modder.
We komen ook vast te zitten in 1 van de modderpoelen. Na 5 pogingen lukt het om erdoorheen te komen. Wat een avontuur! De 4wheel drive wordt tijdens deze weg dan ook regelmatig aan en uit gezet.



Onderweg zien we weer veel dikke baobabs, maar ook rijstvelden naarmate we dichterbij Manja komen.

Ons hotel is het enige hotel in dit stadje en is super simpel en heel basic.
Baobabs en vlotten.
We vertrekken gelukkig al om half 8 naar Ifaty. Het eerste deel van deze weg (RN8) is asfalt en nog goed asfalt ook, eigenlijk best wel saai. Maar niet getreurd want we gaan weer van de asfaltweg af. De driver pikt een gids op die ons door een zandvlakte de weg wijst naar de ferry. En wij maar denken dat je alles hebt gezien, nou deze ferry slaat alles hoor. Gooijert en ik moeten uitstappen en gaan op een vlot zitten samen met nog 6 andere passagiers. Onze driver gaat met de auto op een ander vlot en zo worden we de rivier over geduwd.


Dit is toch next level hoor, wat gaaf weer om mee te maken. Als de Nissan van het vlot afkomt zit hij vast in het zand. Met wat hulp is dit gelukkig zo gefikst. Daarna moeten we nog een rivier door, deze is aardig diep en we worden weer geholpen door de gids.

Dan vervolgen we onze weg weer via het asfalt en komen onderweg diverse dorpjes tegen en prachtige dikke baobabs.


Half 1 komen we aan bij ons volgende verblijf, hier blijven we maar 1 dag omdat we graag iets langer op Nosy be aan het einde van onze reis wilde blijven. Het welkomstdrankje keilen we snel achter over want wij willen snorkelen. Maar eerst installeren we de waslijn.

Het is lastig om door het wier heen te komen en uiteindelijk geven we op. We zien alleen maar wier en geen rif. Na een strandwandeling drinken we een biertje en knabbelen op pinda’s. Even heerlijk relaxen. Onze bungalow ligt direct aan het strand. Als het vloed wordt raakt het water ons terras.
Bij het diner trakteren we ons op een pina colada (was een piepklein glaasje) en in de avond probeer ik nog eens de Melkweg vast te leggen. Best goed gelukt.

Vuur en baobabs.
De volgende ochtend vertrekken we naar Isalo. Onderweg zien we weer velden die plat gebrand worden. Gras wordt verbrand om nieuw verse gras te stimuleren. Echter heeft dit ook gevolgen, jonge boompjes en struiken worden ook verbrand en de grond wordt steeds heter er droger. Een grote baobab kan vuur prima overleven omdat deze wel 120.000 liter water kan bevatten, maar een jonge baobab heeft dat nog niet. Baobabs werden ook omgehakt vanwege landbouw, dit mag echter niet meer, de baobab is inmiddels beschermd.
Ergens langs de weg lunchen we, voor 2 borden noodles met groenten en een 1,5 liter fles cola betalen we 26000 malagassische ariary, dat komt neer op 5,24 euro.
De weg is dit keer asfalt, we rijden over nieuw asfalt, asfalt met gaten, dirtroad en puinbaan.
We rijden langs een gebied waar saffier wordt gewonnen en onderweg zien we dan ook diverse shops waar je edelstenen kan kopen.
Dan rijden we het Isalo national park binnen, de rotsen zijn supergaaf. Bij een beroemde rots stoppen we even, dit is “the king of the sun” deze rots staat ook afgebeeld op een biljet van 100 ariary.

Ons verblijf is weer een pareltje met zwembad.

De bijeneters en parkietjes vliegen af en aan, dus Gooijert tuurt door zijn verrekijker en ik ren met de teletoeter het hele gebied rond.
Dan nemen we een heerlijke plons in het zwembaden bereiden ons voor op de hike van morgen in dit gebied. ‘s Avonds horen en zien we vleerhonden vlakbij ons hutje fladderen.

De volgende dag om 7.30 uur vertrekken we naar het nationaal park Isalo. Bij een kantoortje pikken we onze gids en 2 koks op die onze lunch gaan verzorgen.
We zien insecten die op bloemetjes lijken, maar ook wandelende takken en een vliegend insect die op schors en een takje lijkt, hoe bijzonder!!
Het park is prachtig en in totaal hiken we 4 uur. We klauteren naar boven voor mooie uitzichten en dalen af naar de kloof waar het water langs de bergwand sijpelt en waardoor er een groene vegetatie ontstaan is.



Zwemmen na het hiken.
Je kan in 2 poeltjes afkoelen door erin te zwemmen. Onderweg zien we ringstaartmaki’s en 1 bruine maki die elkaar achterna zitten. Ze zijn echt zo leuk!

Lunch.

Bij het lunchkamp spotten we een jonge kameleon in de boom, wat een prachtig diertje. Na de lunch spotten we nog silfaka’s die ook jongen hebben. Voordeel van de maand oktober is dat het nu het seizoen is van de baby maki’s. De silfaka’s hebben gezelschap in de boom van een grote kameleon, hoe vet!!


Dit was weer een geweldig dag. Helaas ben ik inmiddels wel 10.000 muggenbulten rijker want ik was zo dom om gisteren de bijeneters en parkietjes achtervolgde zonder deet bescherming.

Na de hike zwemmen we heerlijk wat baantje in het koele water van het zwembad. Rond half 5 rijden we naar “de window”
Daar zit een rotsformatie met een gat erin en door dat gat is de zonsondergang te zien, heel leuk maar niet spectaculair, daarbij zijn we met nog 100 andere toeristen.

Moe maar voldaan drinken we nog wat aan de bar, editten en selecteren de foto’s van vandaag en duiken we vroeg ons bed in. Wederom horen we de vleerhonden buiten en is de Melkweg weer prachtig zichtbaar. Zucht, kan het nog idyllischer?


Wat een geweldig verslag, en super mooie foto”s.
Ik heb er weer van genoten
Zo leuk om weer jullie verhaal te lezen. En geweldige foto